Interview uit Haarlems Dagblad
Jochen Otten
Tekst: Jan Pieterse
EEN HEKEL AAN LACHEN OM NIKS
'Gelukkig is mijn ziekte ongeneeslijk, anders ben je toch
steeds bang dat het terugkomt,' zegt een personage in
de voorstelling van Jochen Otten. Humor en pijn wisselen elkaar af in de scènes die hij in In
levenden lijve speelt. 'Als ik erover praat klinkt het misschien
zwaar, maar het blijft cabaret, hè. Wél met een onderlaag,
maar met humor als pijnverzachter. Ik heb nu eenmaal een
hekel aan lachen om niks. Kijk
dan maar naar televisie, naar
Jensen of zo.'
Als Otten op het podium niet
daadwerkelijk met het lichaam
bezig is, dan praat hij het er wel
over. Een fysieke voorstelling
dus, zeker ook omdat hij alle typeringen speelt hij in zijn onderbroek. 'Het gaat over de
mogelijkheden van het lichaam én de onmogelijkheden. Ik ben erg gericht op mijn lijf en gezondheid. Je moet natuurlijk
oppassen daar niet in door te
slaan.'
Dat die fascinatie een oorzaak heeft, moge duidelijk zijn. 'Tuurlijk komt dat ergens vandaan! Toen ik tien was verloor ik mijn zusje en een paar jaar geleden mijn vader. Allebei kanker.'
Na een aantal jaren les te hebben gegeven op een middelbare school ging Otten naar de Koningstheater Academie in Den Bosch. Die bevond zich toen nog in een experimenteel stadium en bleek een broeinest van talent te zijn. De cabaretier was net bezig met het maken van zijn eerste theaterprogramma toen zijn vader het bericht kreeg: je hebt nog elf weken. 'En dat was ook zo. Ik heb op school gezegd: ik blijf bij mijn vader. Ik heb die elf weken voor hem gezorgd en dat was soms heftig. Hij wilde de lopende bankzaken regelen en zijn testament. Of een abonnement opzeggen en dan overlegden we: zullen we er maar bijzetten dat je dood gaat? Anders gaan ze misschien vragen waarom je opzegt. Dat soort dingen. Omdat ik wilde weten wie hij was en wat hij nog kwijt wilde, vroeg ik vaak: pap, praat nou eens met me. Maar ik kwam er niet doorheen. Sommige dingen zijn gewoon té groot. In de laatste week, toen we weer eens bezig waren met dingetjes regelen, zei hij plotseling: Jochen, wat zitten we toch te doen? We houden onszelf een beetje bezig om er maar niet over te hoeven praten. Op dat moment gaf hij mij de gelegenheid om alles te vragen. En weet je wat ík toen zei? Ja maar het moet wel even gebeuren, pap. En we gingen verder waar we mee bezig waren. Dan merk je dat je precies hetzelfde in elkaar zit. Daarna heb ik nog één keer aan hem gevraagd: waarom wil je het er niet over hebben? En toen zei hij: ik denk er elke seconde aan! Als jij binnenkomt, ben ik allang blij dat ik zomaar wat te kletsen heb, dat ik er éven niet aan hoef te denken. Toen dacht ik: Oké, híj gaat dood, het is zíjn afscheid, dus mag hij dat doen op zijn manier. Dat was een goed inzicht.' De vader van Otten is als een gelovig mens gestorven. 'En ook ik ben de laatste jaren heel gelovig geworden. Dat is vreemd gegaan. In mijn programma zit een personage dat woedend wordt op een Jezus-beeld. Daarover heb ik, na afloop van een voorstelling, uren met iemand over zitten praten en zo kwam ik in contact met een christelijke gemeenschap. Daardoor zijn er belangrijke geloofsvragen in mijn programma gekomen. Logisch, want het zijn autobiografische verhalen.'
Otten wil niet door het leven gaan als 'christelijke cabaretier' en aan het overtuigen van anderen heeft hij geen behoefte. 'Hoewel met een ondertoon, is het toch vooral een vrolijk programma, met lachwekkende personages.'