Interview uit Haarlems Dagblad
Sanne Wallis de Vries
Tekst: Jan Pieterse
SANNE WALLIS DE VRIES SPEELT VIER (m.m.v. Vera Kaye en Cindy Grande)
Wie uitsluitend naar Vier van Sanne Wallis de Vries gaat om haar de koningin en andere typetjes te zien spelen, komt bedrogen uit. Daarom kan zij zich opwinden als een theater aan haar affiche ’bekend van Kopspijkers’ toevoegt. "Dat gaat me nou net even te ver. Je maakt een poster die artistiek klopt, die integer is en prikkelend en dan plakken ze er zo’n tekst overheen. Maar ik ben het gewend dat er mensen met andere verwachtingen in de zaal zitten. Je hoopt dan dat ze toch geboeid raken en mee gaan in de voorstelling. Kopspijkers is een totaal andere discipline. Alleen al de tijdsboog. Voordat ik mijn programma ga spelen, werk ik er minstens een half jaar aan. Als ik voor televisie iemand imiteer, is het: tekst leren, opnemen en weer vergeten. Daarbij werk je ook nog eens met de crème-de-la-crème van het cabaret. Het is een ontzettend luxe bijbaan. Ik weet nog niet of ik ermee doorga. Ik wil niet per se bij Talpa, ik wil die sketches kunnen spelen. Als dat bij Jack Spijkerman kan, graag!"
In haar vierde programma speelt Sanne met twee sidekicks, afkomstig van de opleiding ST&M, waar ze zelf opzat en waarvan haar regisseur Selma Susanna directeur is. "Voor die twee meiden is alles nieuw. Daardoor merk ik dat ik een plek hebt verworven in cabaretland. Én in de goede hoek zit, want ik word niet voor bagger versleten. Waar ik me nu op focus, is het waarborgen van de kwaliteit. Maar altijd is er de twijfel: heb ik iets dat de moeite waard is? Gelukkig weet mijn regisseur wat interessant is en ’typisch Sanne’."
En ’typisch Sanne’ ís de vierde van Wallis de Vries. Na de première laat ze de meeste recensenten in bewondering achter en enkelen in verwarring. Natuurlijk is ze blij met een positief oordeel, het laat haar niet koud. Maar het liefst zegt ze er verder niets over. ’Op de lach’ speelt Sanne niet en er is geen direct contact met het publiek. "Het is een theatrale bedoening geworden, maar wél cabaret. Ik zou niet weten wat het anders is. De voorstelling bouwt goed op, daar heb ik echt aan zitten typen. Daarom is er geen ruimte voor improvisatie. Zeker niet in de muzikaal opgebouwde dansscènes met Vera en Cindy."
Zo vrolijk het dansen van het drietal oogt, zo droevig is soms Sanne’s blik op de wereld. "Laatst stond er boven een interview ’mama is boos’, Nou sorry, maar boos ben ik helemaal niet. Eerder angstig en bezorgd. Sinds ik moeder ben, heb opeens iemand die ik moet beschermen. Ik vind het best een enge wereld met veel treurige dingen. Ja dat is het, een treurige wereld!"
In de voorstelling beschrijft Sanne een autorit met haar oma, moeder en dochter Teuntje. Dan realiseert ze zich plotseling dat de één uit de ander is voortgekomen. Dat verhaal over vier generaties vrouwen komt mede door haar fascinatie voor de 20ste eeuw. "Hoe snel alles veranderde. Mijn oma moest het lang doen zonder moderne hulpmiddelen. Door Teuntje realiseer ik me dat ik nooit echt wat heb getild! Mijn koffer heeft wieltjes. Het zwaarste was mijn telefoon en nu moet ik een kind tillen. De moderne mens is heel slap. Néé, als ik ’t in de voorstelling over mijn kind heb, voel daar niet zoveel bij. Ik speel vrij technisch, dus ben op zo’n moment meer bezig met timing."
Na de pauze staan de drie actrices al op het podium als het
publiek binnenkomt. "Dan is het heel fijn om in een concentratie te zakken. Maar het is ook
leuk om naar het publiek te kijken, want dat zie ik anders
nooit. En dan denk je: óóóh,
ben ik daar nou zo bang voor
geweest. Allemaal aardige en
welwillende mensen die ook
maar gewoon hun best doen in
het leven en zich mooi hebben
gemaakt voor een avondje uit."