Interview uit Haarlems Dagblad
SCHUDDEN
Tekst: Jan Pieterse
Onze rijke cabaretcultuur kent een gigantische diversiteit aan vorm en inhoud. Het cabaretduo Schudden, Noël van Santen en Emiel de Jong, heeft een uniek genre ontwikkeld door het spelen van afzonderlijke scènes uit te bouwen tot een compacte eenheid. Noël kan niks bedenken dat lijkt op wat zij doen en Emiel constateert dat het begrip cabaret erg is opgerekt. "Wij schuren tegen toneel aan.''
Na een aantal programma's van Schudden waarin de ene scène de ander opvolgde, belandde het duo artistiek op dood spoor. Er werd zelfs gedacht aan stoppen. Maar dankzij nieuwe impulsen werden andere theatrale wegen ingeslagen. "We wilden absoluut veranderen, maar het kwam er nog niet uit. Vanaf ons vorige programma Zout is dat gelukt. We gingen naar een ander impresariaat en kregen Titus Tiel Groenestege als regisseur. Hij legde de vinger op de zere plek door te concluderen dat hij leuke en goede scènes zag, maar dat daar meer uit te halen viel. Die twee mannen bijvoorbeeld, daar moest veel meer tussen gebeuren.''
Ook bij Van Santen en De Jong bestond de behoefte om te werken met meer lagen in de voorstelling. ,,We dachten dat we het konden, maar we wisten alleen niet hoe. Dat hele eisenpakketje hebben we bij Titus neergelegd. We wilden meer tragiek en meer een verhaal vertellen. Daarom gingen we dit programma uit van het decor en zijn begonnen met schrijven. Voorheen verzamelden we altijd ideetjes, spulletjes en invalletjes en bouwden daar scènes omheen. Dan bestond een programma uit vier echt goede scènes, vier wat mindere, maar wel aardig en dan had je nog een paar zwakke. Dat is veranderd, want er zit nu geen zwakke scène meer in de voorstelling. Dat komt door de herhaling en de herkenning. Dat is een heel filmische manier van werken, echt monteren, knippen en plakken.''
Noël van Santen kijkt nog even terug op de overweging van het duo om te stoppen. ,,Dat idee voelde niet goed en dan tref je het dat je tegen een impresariaat aanloopt dat stuurt en stimuleert. Dat hadden wij op dat moment nodig.''
In het zesde theaterprogramma van Schudden, Ruis, worden meerdere verhalen verteld die door elkaar heen lopen. Het is een aaneenschakeling van personages die elkaar afwisselen en ook steeds weer terugkomen. Dit alles met razendsnelle verkledingen. De neef van Noël fungeert als verkleedhulp. "Hij geeft voortdurend jasjes aan zorgt dat de voorstelling de snelheid houdt die deze nodig heeft. Als hij ziek is kunnen we niet spelen, dus we hebben ons heel afhankelijk van hem gemaakt.''
Ruis telt zo'n dertig personages die allemaal een soort triestheid om zich heen hebben hangen. ,,Die moeten allemaal geïntroduceerd worden,'' legt De Jong uit. ,,We geven eerst de inkijkjes in de wereld van die mensen, van hun drama's en van hun relaties. Aan die opbouw moet het publiek even wennen, want je ziet meerdere personages en scènes die eindigen zonder clou. Maar op een gegeven moment heeft de zaal door hoe het werkt, dat alle personages terug komen en dat de verhalen worden uitgesponnen over de hele voorstelling.''
Dat maakt Ruis geen eenvoudige voorstelling om te spelen en Van Santen herinnert zich het geploeter tijdens de try outs. ,,We hadden flink wat tijd nodig om die vele snelle scène-wisselingen onder de knie te krijgen. In het begin lukte dat dan ook niet. Toen leek het wel een achtbaan en het publiek vroeg zich af: wie is nou wie en wie zit nou waar? Na veel inspeel-voorstellingen kregen we op den duur de rust én de snelheid.''
En die snelheid noemt Emiel de grap van de hele voorstelling. "We moeten steeds die drempel over: achter de schermen ontzettend haasten en voor de schermen steeds een andere personage neerzetten met ook steeds een heel andere energie.''