als journalist

<< Terug naar het overzicht

Interview uit Haarlems Dagblad
Vincent Bijlo
Tekst: Jan Pieterse

BIJLO BLIJFT MAX HAVELAAR TROUW

In de tijd dat Vincent Bijlo nog niet bekend was, werd hij vaak omschreven als ’die blinde cabaretier’. Inmiddels kent het publiek hem als kritisch, scherp, geëngageerd en humo-
ristisch. Maar bovenal is Bijlo een geboren optimist. 'Vreselijk! Als ik ’s ochtends de koffiefilter omflikker en mijn kop stoot tegen het keukenkastje, dan vloek ik wel even, maar een minuut later loop ik alweer zingend of fluitend door het huis. Het is haast van een E.O.-achtige goddelijkheid. Terwijl ik niks met geloof heb, integendeel ik heb er veel tégen.'

Kort door de bocht gaat in grote lijnen over ontevredenheid, de paralympics en Bijlo’s vader die twee jaar geleden overleed. 'Met ontevredenheid bedoel ik die klagende landgenoten met hun ’zeggen wat je denkt-mentaliteit’. Dat staat in schril contrast met de paralympics die ik vlak na de dood van mijn vader bezocht. Niet als sporter, maar als verslaggever en om er op te treden. We zijn gewend om mensen aan te spreken op wat ze niet kunnen, maar bij die Spelen in Athene zag ik dat het leuker is als je gehandicapten aanspreekt op wat ze wél kunnen. Mensen duwen sowieso graag anderen naar beneden om er zelf beter vanaf te komen. Dat is een typisch calvinistisch trekje. Je hoeft in Italië alleen maar te zeggen dat je muzikant bent en ze liggen al aan je voeten terwijl je nog geen noot gespeeld hebt. Hier vragen ze of je er wel van kunt leven.'
Naast zijn theateroptredens schrijft Bijlo romans en columns. Bovendien duikt hij regelmatig op in de media met een pittige mening. 'Ik profileer me als columnist en zit in de linkse actiehoek. Ja, ik maak me boos over dingen. Écht boos hè, want dat mag nooit een maniertje worden. Dat komt voort uit hoop. Zonder hoop is er geen leven. Daarom blijf ik Max Havelaar-koffie drinken. Ik weiger me neer te leggen bij het cynisme dat het niet zou helpen.'

De optimistische levensvisie heeft Bijlo niet van zijn vader. 'Hij was een vreselijke pessimist en dat leidde tot veel zuipen.' De kleine Vincent zág zijn vader weliswaar nooit drinken, zoals zijn niet-blinde tweelingzusje, maar samen met zijn eveneens blinde broertje hóórde hij het wel. 'Als mijn vader de soep van zijn lepel slurpte en langzaam anders ging praten, dan wist je genoeg. Wij noemden dat niet dronken, maar wazig. Hij bevindt zich in het Land van Waas.'
Bijlo is even stil en moet dan smakelijk lachen. 'Ik heb wel eens gedacht dat mijn vader zoveel zoop omdat hij blinde kinderen had. Maar dat is natuurlijk geen réden, dat is een excuus: Ik neem er nog eentje! Nee, twéé, want ik heb twee blinde kinderen. Dat schuldgevoel heb ik snel van me afgeworpen. Dikke lul zeg, dan ben ik zelf de volgende alcoholist. Maar ik heb ook heel vrolijke herinneringen aan mijn vader. De humor bijvoorbeeld, het was met hem uitstekend grappen maken.'

De levensdrift heeft Bijlo van zijn moeder. 'Altijd gehad. Als ik me moest handhaven in de ’ziende wereld’, maar ook toen ik doof begon te worden en aan de gehoorapparaten moest. Dat was een heftig verwerkingsproces omdat ik midden in mijn pubertijd zat. Maar ik kon veel kwijt bij vrienden of meisjes of bandjes waarin ik speelde. Mijn broer en zus zijn meer naar binnen gericht, maar ik ben altijd heel extravert geweest. Vroeger thuis al maakte ik het meest lawaai. Néé, daar voel ik me ook niet schuldig over! Ik voel me werkelijk nérgens schuldig over. Ook niet over de Tweede Wereldoorlog!'



<< Terug naar het overzicht
.